Mexico

Afgelopen zomer ben ik 2 weken naar Mexico geweest, waar ik het grootste deel van mijn vakantie op het schiereiland Yucatan heb doorgebracht. Ik zelf ben van mening dat ik altijd het beste van een plek kan genieten als ik er niet als een speer doorheen raas. Hierdoor boek ik dus nooit een hele reis, maar boek ik liever alleen een vlucht en een nacht in het hotel waar ik aankom.

Playa del Carmen

Deze keer vloog ik naar Cancun en had ik me door meerdere mensen laten vertellen dat ik bij aankomst beter een hotel in Playa De Carmen zou kunnen boeken dan een nachtje in Cancun. Bij aankomst in Cancun werd ik al meteen overdonderd door de enorme hitte en verlangde ik er ook meteen naar om lekker in een zwembad of de schitterende Caribische zee te duiken. Mijn hotel in Playa del Carmen zat op de 5th avenue, vanwaar je eigenlijk binnen 2 passen op het strand bent.  Het water is hier zo ontzettend mooi, dat ik maar alvast besluit om een paar daagjes in Playa del Carmen te blijven. Playa del Carmen is een leuke maar erg drukke stad, blijkbaar was de stad een aantal jaar geleden de snelst groeiende stad ter wereld. Een paar daagjes geniet ik van de mooie stranden, het lekkere eten, de frisse biertjes aan het strand en het overweldigende nachtleven.

Tulum

Na Playa del Carmen besluit ik door te reizen naar Tulum, waar ik in een cabana (een houten hut) direct op het strand overnacht. Wat een geweldige plek is dit! Je kunt zien dat het dorpje zelf erg in trek is bij toeristen, maar aan de kust kan men echt genieten van de natuur en het heerlijke water. Ik zou graag een duikcursus willen doen, maar wil ook niet te veel tijd verliezen waardoor ik besluit om een middagje te gaan snorkelen met een kapitein die ik tegen kom op het strand. Ik heb nog nooit zo veel verschillende vissen in zo veel verschillende kleuren bij elkaar gezien. Daarnaast is er onderwater veel koraal te bezichtigen. In de avonden zijn er kampvuren op het strand, waar veel jonge reizigers zich verzamelen. De volgende waag ik ook een bezoekje aan de ruïnes van Tulum, waar ik vanaf mijn huisje lopend naar toe kan. Zelf had ik verwacht dat Mexico niet zo’n overdreven toeristische bestemming zou zijn, maar bij de ruïnes aangekomen lijkt het net of ik bij een attractiepark aangekomen ben. Er staan erg lange rijen voor de kassa om een kaartje te krijgen en ik twijfel al bij mezelf of ik wel of niet naar binnen zou gaan. Achteraf ben ik toch erg blij dat ik naar binnen ben gegaan. De ruïnes zelf maken niet de grootste indruk op me, het is vooral de ligging van de ruines met het azuurblauwe water op de achtergrond die me versteld doen staan. Daarnaast zitten er op verschillende plekken grote leguanen, waarbij ik nog een poosje verbijsterd heb staan kijken naar een schouwspel van twee vechtende leguanen.

Bacalar

Van een paar reizigers die ik op het strand tegen kom hoor ik over het meer van Bacalar dat een aantal uur verderop ligt. Het meer is ongeveer 70 km lang en de jongens die ik ontmoette zweren erbij dat ik die plek zou moeten bezoeken. Eenmaal aangekomen ben ik meteen onder de indruk van dit overweldigende meer van een kleur blauw die ik niet eens weet te beschrijven. In Mexico wordt Bacalar ook wel het meer van de zeven kleuren genoemd en dat is ook helemaal correct. Wanneer het zonnig is, kan men allerlei verschillende kleuren van het meer waarnemen en als het bewolkt is ziet men weer allerlei verschillende schakeringen.  In het lokale guesthouse waar ik slaap kan ik een kano gebruiken en besluit ik een stukje te gaan kanoën op het meer. Het water is zo helder dat je de vissen onder je door ziet zwemmen. Naast vissen is de flora en fauna erg uitgebreid en zie je allerlei tropische vogels en planten.  In mijn guesthouse zie ik een foldertje van een plekje dichtbij waar je  aan een kabelbaan over de boomtoppen van jungle heen glijdt.  Met een lokaal busje rijd ik naar deze plek, waar ik vriendelijk ontvangen wordt en besluit de goedkoopste optie te nemen, waarbij ik eerst met een grote logge truck de jungle ingelijdt wordt. Daarna krijgen we een soort uitleg over veiligheid en worden we door een gids mee de jungle in genomen. De gids weet van alles over de jungle, verschillende planten en dieren te vertellen. Daarna komen we bij een immense paal midden in de jungle aan, waar we aan een kabel omhoog gehesen worden. Een prachtig uitzicht als je eenmaal bovenin staat, overal waar je kijkt zie je jungle en ergens in het midden ligt het meer van Bacalar. Van de ene toren glij ik naar de andere, vandaar weer door naar een andere, waardoor ik uitkom naast het meer. De laatste rit van toren naar toren gaat langs het meer en net als ik naar beneden glijd vliegt er een groep papegaaien over mijn hoofd! Geweldig! Daar aangekomen is er tijd en plaats om lekker in het meer te springen.

Chetumal

Vanaf Bacalar ga ik nog een paar daagjes naar de grensstad Chetumal vanwaar ik enkele nabijliggende ruïnes bezoek. Vooral de ruïnes van Kohunlich zijn erg indrukwekkend. De ruines liggen midden in de jungle en de kans dat je bijvoorbeeld brulapen, slangen, vogelspinnen e.d. ziet is erg groot. Er staan overal palmbomen en er zijn grote grasvelden waarop je heerlijk tot rust kunt komen. Ondanks dat deze ruïnes voor mij wel tien keer zo mooi zijn als de ruïnes van Tulum, zie ik hier bijna geen andere bezoekers en ben ik hier helemaal alleen in de jungle. In Chetumal kom ik er al snel achter dat 2 weken in Mexico veel te kort zijn om daadwerkelijk iets te kunnen zien. Ik pak een nachtbus naar Cancun om de volgende dag weer terug naar Nederland te vliegen.

Reisverslag door: Jeroen